Onze school zet zich in voor alle leerlingen. Niet alleen op het gebied van onderwijs, maar ook op sociaal emotioneel gebied. De mentor is de belangrijkste persoon voor een leerling. Hij/zij is verantwoordelijk voor het leerproces en het welzijn van iedere leerling in zijn klas.
Het is belangrijk dat de leerlingen intensief begeleid worden bij het aanleren van een goede werk- en leerhouding. Bij de studielessen wordt hier extra aandacht aan besteed. Verschillende, gespecialiseerde, docenten bieden hulp bij leerproblemen.
Mentor
De mentor is voor leerlingen en ouders het eerste aanspreekpunt in de school. Hij/zij helpt leerlingen als ze met vragen rondlopen over zaken binnen of buiten de school. De mentor biedt ondersteuning waar nodig en helpt zo de leerling door het cursusjaar. De mentor komt in het begin van het schooljaar bij de leerling thuis op bezoek. Tijdens het mentoruur besteedt de mentor aandacht aan studiebegeleiding: hoe en wanneer maak je je huiswerk? Hoe onthoud je nieuwe woordjes? Hoe bereid je je woordenschat uit? Er is ook veel aandacht voor taal, in het bijzonder voor de beroepsgerichte vakken.
Speciale hulp
De school kent een programma waarin speciaal aandacht wordt besteed aan kinderen met lees-, schrijf- en spraakproblemen (bijvoorbeeld dyslexie en dyscalculie). Ook zijn er trainingen voor faalangstreductie, assertiviteit en agressiebeheersing voor wie dat nodig heeft. De remedial teacher is mevrouw J. Slijper. Bij persoonlijke problemen kunnen leerlingen een beroep doen op de schoolmaatschappelijk werkster, mevrouw G. Hamming en de heer G. Stolting.
Huiswerk
Het Calvijn met Junior College is een huiswerkmaakvrije school. Dat betekent dat leerlingen in principe geen huiswerk thuis hoeven te maken. Leerlingen zullen wel thuis huiswerk moeten leren, voor toetsen bijvoorbeeld. Er zijn twee uitzonderingen waarbij leerlingen wel thuis huiswerk maken. Als leerlingen zelf graag meer willen oefenen omdat ze het leuk vinden en meer willen leren, kunnen zij thuis oefenen. Ook kan het zijn dat een leerling bij leerachterstand gevraagd wordt om thuis extra te oefenen om de achterstand in te halen.
LWOO
Onze school kent ook Leerwegondersteunend onderwijs (LWOO). Dit is bedoeld voor leerlingen met een (taal)achterstand. LWOO-leerlingen volgen de les in kleinere groepen. Daardoor krijgt iedere leerling meer individuele aandacht. Dit leidt vaak tot betere resultaten.
Leerwerktraject (LWT)
Een aantal leerlingen is meer praktisch gericht. Voor hen is het Leerwerktraject opgezet, waarbij de school samenwerkt met het ROC/ASA. Hierbij leren leerlingen zowel op school als in een stage. Leerlingen hoeven alleen examen te doen in het afdelingsvak en Nederlands. Eventueel met andere vakken naar keuze. Leerwerktrajecten worden na twee jaar afgesloten met een getuigschrift vmbo-basis-lwt. Hiermee kan de leerling verder op het mbo niveau 1 of 2.
Lesuitval
Bij lesuitval (bijvoorbeeld door ziekte van een docent) worden leerlingen uit de onderbouw verdeeld volgens een speciaal opgezet rooster. In groepjes van 3 worden zij bij andere klassen onder gebracht om daar aan een taak te werken of om hun leesdossier af te maken. De leerlingen van de bovenbouw worden opgevangen in een speciaal lokaal waar zij onder toezicht huiswerk maken of leren.
Een structuurklas
Soms maakt een leerling een moeilijke periode door of dreigt hij door gedragsproblemen uit de boot te vallen. Zulke leerlingen worden opgevangen in de structuurklas. Dit is een klein klasje waarin een speciale docent de leerlingen extra begeleid om hun problemen te overwinnen. Hier wordt veel aandacht besteed aan gedragverbetering. Doordat de structuurklas nauw verbonden is met de school, zullen de resultaten niet achteruitgaan. Vaak lukt dat: zo wordt voorkomen dat een leerling de school moet verlaten. De begeleider van de structuurklas is: de heer T. Groeneveld.
Keuzebegeleiding
De komende jaren moeten tal van beslissingen genomen worden over de toekomst van uw zoon of dochter. Voor de begeleiding van dit proces is binnen onze school een speciale functionaris aangesteld: de decaan. Na het 2e leerjaar moeten de leerlingen een richting kiezen die zij in de bovenbouw gaan volgen. In het 2e leerjaar wordt hier veel aandacht aan besteed, zodat leerlingen aan het eind van dat leerjaar een goede keuze kunnen maken.
In de bovenbouw helpt de decaan de leerlingen bij het kiezen van een vervolgopleiding. Soms nodigt hij een gastspreker uit op school of organiseert hij een excursie of voorlichtingsavond. De decaan bespreekt de mogelijkheden en de toelatingseisen, en hij beschikt over contacten bij de vervolgopleidingen (ROC). De decaan voert regelmatig gesprekken met de mentor. Leerling en ouders kunnen altijd een afspraak maken met de schooldecaan. De keuzebegeleiding wordt gecoördineerd door de decaan, de heer R. van der Paardt.
Schoolarts en schoolverpleegkundige
De schoolarts en de schoolverpleegkundige van de GGD houden regelmatig spreekuur op school. Sommige kinderen krijgen een uitnodiging om het spreekuur te bezoeken; bijvoorbeeld naar aanleiding van medische gegevens uit de basisschoolperiode. De uitnodiging kan ook volgen op verzoek van de schoolleiding of in het kader van een klassikaal onderzoek. Leerlingen met vragen of problemen kunnen ook zélf hulp inroepen, net als ouders een gesprek of onderzoek voor hun kind kunnen aanvragen. Bij regelmatig verzuim wegens ziekte wordt de hulp van de schoolarts ingeroepen.
Namen en contactadres:
sector Jeugdgezondheidszorg
Jan Tooropstraat 5
1062 BK Amsterdam
Tel. (020) 5555712
Zorg Advies Team (ZAT)
Elke zes weken vergadert het zorgadviesteam. Dit team bestaat uit de schoolarts, de leerplichtambtenaar, teamleiders, de school-maatschappelijk werker, de toegangsmedewerker van Bureau Jeugdzorg Amsterdam en de zorgcoördinator. In dit team worden individuele leerlingen besproken. Er wordt overlegd over de juiste aanpak om de resultaten te verbeteren en (eventueel) verzuim tegen te gaan.
De leden van de commissie zijn: